logo
Ommetje Oude Binnenstad (boek H1)

De geschiedenis van de Dam

Ommetje Oude Binnenstad (boek H1)
4
maps

Heb je je ooit afgevraagd waar de naam van het bekendste plein van Amsterdam vandaan komt? Wij vertellen het je graag, want de Dam heeft een interessante geschiedenis.


De Dam dankt haar naam aan de functie die het plein vroeger had, namelijk een dam in de Amstel - die tussen 1204 en 1275 is gebouwd. Naarmate de tijd verstreek, werd de dam breder tot het groot genoeg was voor een plein. Er ontstond een open zeehaven, genaamd Damrak, en een binnenhaven, Rokin.

De Dam, dat in die tijd functioneerde als marktplein, werd de kern van de stad. De rest van Amsterdam ontwikkelde zich vervolgens om het plein heen.

En de Dam nu? Je loopt eroverheen maar je staat er niet bij stil: op de Dam liggen bij benadering 2,5 miljoen keitjes. Wat dit plaveisel extra bijzonder maakt, is het internationale karakter ervan. Deze keitjes zijn afkomstig uit een groeve bij Porto, Portugal. De witte stenen van de zebrapaden en trottoirbanden zijn graniet en komen uit een groeve bij Madrid, Spanje. De haaientanden en markeringen op de rijbaan zijn gemaakt van Italiaans marmer. Het zwarte graniet van de zebrapaden is afkomstig uit China en het graniet van de bankjes op het plein komt uit Frankrijk.

Meer weetjes vinden hier in de buurt? Bekijk deze pinpoints: Paleis op de Dam, De Amsterdamsche Wisselbank en het cellencomplex op de Dam.

Toon overige foto's
3
maps

De Beurs van Berlage; ooit een handelsplaats, vandaag de dag een congreslocatie in hartje Amsterdam. 

De Beurs van Berlage ontstond in 1903 omdat Amsterdam behoefte had aan een koopmansbeurs. Men noemt het gebouw, gebouwd door architect Hendrik Pieter Berlage, het eerste voorbeeld van moderne architectuur in Nederland. Vandaag de dag is de Beurs van Berlage een rijksmonument. 

Op de toren van de Beurs van Berlage zie je aan beide kanten onder de klok een tekst staan. Kijk je vanaf het Centraal Station, dan zie je de tekst ‘Duur uw uur’ staan. Vanuit de stad, zie je de tekst ‘Beidt uw tijd’ staan. Deze twee teksten zijn afkomstig uit een gedicht van Albert Verwey en herinnert ons aan dat we de tijd mogen nemen, geduld moeten hebben en ons niet al te druk moeten maken. Na ruim 100 jaar is dit nog steeds relevant. 

Heb jij het gedicht op de Beurs van Berlage al gezien?

Toon overige foto's
2
maps

Als kleine jongen heb ik, Tom, zelf eens deelgenomen aan een bijzonder evenement: trommelen op de beurs. Deze traditie is ontstaan in 1622, toen de Spaanse Spinola tijdens de 80-jarige oorlog een beslissende slag wilde toebrengen. Onder de beurs op het Rokin werd buskruit geplaatst, met de intentie om deze op te blazen en zo de Amsterdamse handel lam te leggen.

Een weesjongetje, dat op dat moment aan het spelen was, ontdekte dit levensgevaarlijke plan en sloeg direct alarm. Zijn heldhaftige actie redde de hoofdstad van een ramp, en als beloning mocht hij een wens doen van het gemeentebestuur. Zijn keuze was snel gemaakt: trommelen in de beurs, want dat geluid galmt zo goed.

Deze traditie leeft nog steeds voort in september, maar nu in het gebouw Beursplein 5.

Toon overige foto's
2
maps

Het Beursplein; dé plek voor handel in Amsterdam. 

Het plein werd eind 19e eeuw aangelegd. En in 1898 werd de Koopmansbeurs, die nu de Beurs van Berlage genoemd wordt, gebouwd. 

Het Beursplein heeft altijd in het teken gestaan van handel. Zelfs vandaag de dag wordt er nog handel gedreven vanaf Beursplein 5; ‘De Amsterdamse beurs’. En het leuke is: dat wordt nog steeds gesymboliseerd door de bronzen stier op het plein: de Charging Bull. Deze stier staat symbool voor de koersstijgingen op de beurs - ook wel de bull market genoemd. 

De stier werd in 2012 door kunstenaar Di Modica in het geheim op het plein neergezet. Dit was niet de eerste keer dat hij stiekem een bronzen stier installeerde; in 1989 deed hij dit ook al in New York. 

Heb jij de stier op het Beursplein al gespot?

Toon overige foto's
3
maps

De Nes: een van de oudste straten van Amsterdam. Nu een bruisende straat met theater, cafés en restaurants, vroeger het centrum van de tabakshandel.

Heb je je wel eens afgevraagd waar de Nes haar straatnaam aan te danken heeft? De straat is gebouwd op een landtong, een smal stuk land dat uitsteekt in zee of een binnenwater. En omdat een landtong vroeger ook ‘nes’ genoemd werd, werd deze historische straat hiernaar vernoemd.

De Nes kent een roerige geschiedenis. Wat in 1400 begon als een straat met Nonnenkloosters, veranderde later in een druk bezocht uitgaanscentrum met een van de eerste homocafés van de geschiedenis: The Empire.

Maar rond 1900 raakte de Nes in verval en het beschaafde publiek vermeed de straat. De geliefde cafés werden vervangen door tabakspanden. Er kwamen bordelen en in de avond was het er verlaten.
De Nes veranderde van drukbezochte uitgaansstraat in een belangrijk handelscentrum voor tabak en kreeg de naam ‘de Tabakshoek’. Theater Frascati werd opgekocht en in gebruik genomen als veilinghuis voor tabak. Honderden duwende en trekkende tabakshandelaren, klimmend over balkons en stoelen om de beste tabak te veroveren, zorgden voor de bijnaam ‘de Hel van Frascati’.

Door de Tweede Wereldoorlog verloor Amsterdam haar positie als internationaal centrum van de tabakshandel, de Nes was niet langer het tabaks imperium van Amsterdam. Het duurde nog een aantal decennia, maar langzaam kreeg de Nes weer haar oude karakter terug. Theaters als Frascati, het Comedy Theater in de Nes, de Brakke Grond en TOBACCO vestigden zich in het straatje. Waar zal die laatste haar naam aan te danken hebben?

Toon overige foto's
2
maps

Sinds 2018 kunnen we, na jarenlang wachten, gebruikmaken van de Noord-Zuidlijn. Deze metrolijn maakt het mogelijk om binnen 15 minuten van Noord naar Zuid te reizen. Loop eens het metrostation op het Rokin in, dan kijk je je ogen uit. 

Tijdens de bouw van de Noord-Zuidlijn werden er veel archeologische voorwerpen opgegraven. Van rookbommen tot oude pijpjes, het werd allemaal in de Amsterdamse bodem gevonden. 

Goed nieuws: dankzij een kunstwerk van het Brits-Franse kunstenaarsduo Daniel Dewar en Grégory Gicquel kun je deze archeologische vondsten met eigen ogen bewonderen. Zo’n 9.500 van deze vondsten zijn te bezichtigen in het metrostation op het Rokin. Neem de roltrap naar het perron en je ziet de twee lange vitrines vanzelf. 

En metrostation Rokin is niet het enige Noord-Zuidlijn-station met kunst: in het kader van het project ‘Kunst Noord/Zuidlijn’ heeft elk station zijn eigen thematische kunstwerken. Op deze manier hoef je geen tijd meer vrij te maken voor een museum, maar kun je je tijdens je reis al onderdompelen met kunst.

Slider Image
Toon overige foto's
6
maps

Wist je dat de oudste sigarenboer van de stad op het Rokin te vinden is? In dit mooie art-deco pand met dieprode luifels kun je vandaag de dag nog steeds sigaren kopen. En je vindt er ook nog interessante overblijfselen uit het verleden. 

Op het Rokin, 96 tegenover het enorme pand van Adyen - een van de grootste fintechbedrijven ter wereld, zit de oudste sigaren- en tabakszaak van de stad: P.G.C. Hajenius. Sinds 1914 kun je hier sigaren kopen. De sigarenboer dankt zijn naam aan oprichter Pantaleon Gerhard Coenraad Hajenius - die diverse Europese vorsten van superieure sigaren en tabak voorzag. 

Iedereen die wel eens een sigaar bij Hajenius heeft gekocht, herinnert zich het vlammetje bij de deur dat altijd brandde. Men stak daar de net gekochte sigaar aan en liep al rokend de winkel uit. Nu mag je niet meer binnen roken en is het vlammetje gedoofd. Maar uit nostalgie brandt deze nog af en toe. 

Wanneer er een nieuwe sigaar van Hajenius gelanceerd werd, was het feest. Vaste cliënten werden uitgenodigd om deze in de winkel te komen proeven - met als resultaat een overvolle zaak die blauw stond van de sigarenrook. 

Een bezoek aan deze sigarenboer brengt je even terug in de tijd. Je vindt er kluisjes waar je je waardevolle sigaren kunt opbergen en de sfeervolle smoking lounge, waar je vroeger kon genieten van je sigaar, een kopje koffie en een krant. 

Tegenwoordig wordt de smoking lounge van P.G.C Hajenius niet meer gebruikt, maar er wordt nog met minstens evenveel liefde en zorg voor de sigaren gezorgd. Zo worden de sigaren zorgvuldig in een klimaatkamer, onder een perfecte luchtvochtigheid, bewaard. 

Neem eens een kijkje bij deze bijzondere sigarenboer, en kijk welke oude elementen jij kunt spotten.

Toon overige foto's
4
maps

De Kalverstraat is nu de drukst bezochte winkelstraat van Amsterdam, maar dit was niet altijd zo. Vroeger stond er zelfs een weeshuis. 

Het Burgerweeshuis kwam in 1580 in het voormalige Sint Luciënklooster. Het Burgerweeshuis was niet zomaar een weeshuis: het diende als weeshuis voor kinderen van Amsterdamse poorters, burgers met meer rechten en een hogere status dan anderen. Vondelingen en kinderen van arme mensen werden niet toegelaten. 

Om het gebouw aan de Kalverstraat herkenbaar te maken, werd een grote witte poort gebouwd. Op de poort zie je weeskinderen in rood met zwarte kleding, afgeleid van het wapen van Amsterdam. In het midden van de kinderen zie je een witte vredesduif. 

Sinds 1975 is het Amsterdam Museum (voorheen Amsterdams Historisch Musuem) gehuisvest in het gebouw. Omdat het gebouw op dit moment verbouwd wordt, is het museum tijdelijk naar de Hermitage verhuisd. Wie het voormalig weeshuis van binnen wil zien, zal tot 2025 moeten wachten.

Toon overige foto's
7
maps

Amsterdam telt veel monumentale bruine kroegen. Eén daarvan is de Pilsener Club, ook wel de Engelse Reet. Wat maakt deze kroeg zo bijzonder? 

De Engelse Reet, die sinds 1893 bestaat, is de enige Amsterdamse kroeg zonder bar. Al meer dan 130 jaar worden hier bieren en likeuren met de naam papegaaiensoep geserveerd. Het is een echt familiebedrijf: eigenaar Teun van Veen is de vierde generatie Teun die eigenaar is van het café. 

En dan die bijzondere naam… Daar gaan verschillende verhalen de ronde over. De één zegt dat de ‘Engelse reet’ staat voor smal, door de smalle Begijnensteeg waar de kroeg zit. De ander zegt dat de naam gebaseerd is op de ‘rate’, de wisselkoers, omdat vroeger veel Engelse toeristen hier hun pond naar gulden moesten wisselen. Weer een ander vertelt dat de naam afkomstig is van het Engelse woord ‘raid’, dat binnenvallen betekent: de musici die in de kerk in het Begijnhof speelden, renden na afloop van hun concert naar de kroeg om voor sluitingstijd een biertje te kunnen halen. 

Waar de naam daadwerkelijk voor staat zullen we nooit weten, maar één ding weten we wel: deze bruine kroeg is zeker het bezoeken waard.

Toon overige foto's
4
maps

In 1389 werd er voor het eerst gesproken over dit hofje. Het diende als woonplaats voor begijnen, een soort nonnen maar dan met meer vrijheid dan in kloosters. De begijnen waren deels eigenaar van het hofje, en mochten ze vertrekken als ze dat wilden om te trouwen en een gezin te stichten.

Dit hofje ligt ongeveer een meter lager dan de rest van de stad, op het straatniveau van de middeleeuwen. Deze plek is werkelijk uniek en een bezoek waard. Het Begijnhof is dagelijks open voor bezoekers en de poorten sluiten om 18:00 uur.

Slider Image
Toon overige foto's
4
maps

Een van de bekendste hofjes – en nog steeds in gebruik – is het Begijnhof (1389). Dit hofje ligt naast het Amsterdam Museum, het oude weeshuis.

Een bijzonder verhaal over een begijn is dat van Cornelia Arens, die in de 17e eeuw in het Begijnhof woonde. Aan het einde van haar leven was haar laatste wens om begraven te worden in de goot in plaats van in de kerk, omdat ze na de Alteratie van Amsterdam ‘duizend maal liever in de goot wilde liggen dan inde kerk’.

Volgens de Amsterdamse legende werd ze toch in de kerkbegraven. Haar sterke wil sprak echter ook nog na haar dood, want op wonderbaarlijke wijze lag haar kist de volgende ochtend in de goot van het Begijnhof. Opnieuw werd ze in het kerkje begraven en opnieuw lag haar kist de ochtend erop in de goot. Tot zo’n drie keer toe.

Uiteindelijk is ze dan ook hier begraven. Je kunt het graf nog steeds bezoeken.

Toon overige foto's
logo

Welkom

Klaar voor een ommetje?

Vul je e-mailadres in om te beginnen.

BESbswy